Historie van fort Kudelstaart

Fort bij Kudelstaart is 1 van de 46 forten en batterijen die de Stelling van Amsterdam vormen. Op deze pagina vind je een beknopte samenvatting van het ontstaan van het Fort. Meer informatie over de Stelling van Amsterdam is te vinden op deze en deze website.

 
De bouw van het fort

In 1890 werd in Kudelstaart een gebied van rond de 18.000 vierkante meter 4 meter diep uitgegraven, 72.000 kubieke meter veengrond, die gebruikt werd om dijken in polders aan te leggen. Die diepe put die ontstond werd opgevuld met maar liefst 200.000 kubieke meter zand (dat rond IJmuiden ruim voorhanden was door de aanleg van de Vissershaven eind die eeuw). Dit zand had ongeveer het gewicht dat het toekomstige fort zou krijgen.
Meer dan 15 jaar lag die berg zand daar in te klinken zodat een stevige ondergrond ontstond. In 1894 was het omgevormd tot een verdedigbaar aardewerk, in 1893 werd de sluis gebouwd en in 1905 verscheen een heimachine. Toen werden 1700 palen van 12 meter lengte de grond in geslagen (een dubbele rij palen onder elke muur) en nog eens 72 onder de hefkoepels. 

 

Op de daken van de ruimtes in het fort werd bijna twee meter dik ongewapend beton gestort. Aan de buitenkant is die scheiding tussen muur en dak duidelijk zichtbaar. In 1906 was het (eerste deel van het) bouwwerk klaar. Het bood plaats aan ruim 300 man. Het Fort was na de oplevering alleen nog bereikbaar via een brug. Die is later vervangen door een dam.

 
De inrichting van het fort

De ruimte voor het hoofdgebouw noemen we de deel. Aan de buitenzijde vinden we de keelkazematten. Aan de ene kant overlapten het schootsveld van de kanonnen het gebied van fort De Kwakel en aan de andere kant van fort Aalsmeer (Rijsenhout) om zo het tussengelegen gebied af te sluiten. In het hoofdgebouw waren de keuken, privaten, reinigingslokalen, voorraadkamers, de ziekenboeg en ruimten voor de officieren en manschappen aanwezig. Via een lange, brede gang (de poterne) was het hoofdgebouw verbonden met het frontgebouw. In de poterne stonden iedere morgen de manschappen op appèl, om de koppen te tellen en de taken te verdelen. Dit appèl kon ook buiten op het terreplein plaatsvinden.

Aan beide kanten van het forteiland stond een hefkoepel. Dit was een ronde schacht van beton, aan de bovenkant afgedekt door een gietijzeren kraag van 30 centimeter dik. 

De opening in het midden, die omhoog kon, was afgedekt door een deksel van nikkelstaal van 10 centimeter dik. Door een slim systeem van gewichten en contragewichten, als bij een ophaalbrug, kon de koepel omhoog om het geschut in stelling te kunnen brengen. De meeste van deze hefkoepels zijn verwoest door de Duitsers om dit nikkelstaal naar Duitsland te brengen. 


Aan de ene kant waren de Westeinderplassen onder controle en aan de andere zijde de belangrijke verbindingsweg naar Amsterdam, te weten de Herenweg.  Er stonden slechts enkele bomen en struiken op het forteiland, die zouden immers het uitzicht belemmeren.

In het frontgebouw bevonden zich de verblijven van de manschappen en ook eenvoudige toiletten (buitenprivaten), die naar een militair meldde, alleen gebruik mochten worden ten tijde van een vijandige dreiging. 


In de kamer van de wacht was een laddertje, via dat laddertje kwam men in een uitkijk-koepeltje (in de vorm van een militaire helm). Men kon daar 360 graden om zich heen kijken en via een spreekbuis berichten doorgeven.


Het regenwater werd via het dak naar een buizensysteem gevoerd, gefilterd door de 30 centimeter gras en zand op het dak van het fort en kwam vervolgens in 3 enorme ondergrondse waterbassins terecht: in totaal was er een voorraad van bijna een half miljoen liter water! Dat water werd met de hand of via een elektrische pomp opgepompt naar kleinere hooggeplaatste reservoirs, en via leidingen ging dat water naar de waternissen met kranen, druk ontstond dan net als bij een watertoren. Bij de keuken, de wachtlokalen en buiten waren er handpompen waarmee het water direct uit de waterkelders gepompt kon worden.


Naast het fort kun je goed zien wat het verschil is in waterstand tussen de Westeinder en de polder. De sluis was breed genoeg om uitleggers de polder in te laten gaan (de platbodems voorzien van een kanon).

Aan het begin van de 20e eeuw is er wel eens een oefening geweest en tijdens de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog was het fort bemand. Het fort is nooit als verdedigingswerk gebruikt, maar het hoofddoel was dan ook juist oorlog te voorkomen door andere landen af te schrikken en de Nederlandse neutraliteit kracht bij te zetten.